Ons hart blijkt iets nieuws te kunnen doen

leon de windt fotoLimburgs Dagblad/Dagblad de Limburger, 17 februari 2016

Decennialang stond het voor wetenschappers en cardiologen vast: een hartspiercel die is afgestorven, bijvoorbeeld door een hartinfarct, groeit nooit meer terug. Omdat de volwassen hartspiercel zich niet kan delen, zoals bijvoorbeeld een huidcel dat wel kan om een wondje te herstellen. Tot jonge onderzoekers in het laboratorium van prof. Leon de Windt aan de Universiteit Maastricht afgelopen jaar het tegendeel bewezen. „Collega’s aan wie we het al hebben gepresenteerd, zitten met open mond te kijken”, zegt de hoogleraar lachend. Hij popelt om de bevinding te vertalen in een nieuwe generatie medicijnen voor hartziektes.

De op Curaçao geboren, maar in Tilburg opgegroeide Leon de Windt is een enthousiast verteller. En dat komt goed van pas, want zijn vakgebied, de moleculaire cardiologie, is geen eenvoudige materie. Zijn onderzoek is zeer basaal: hij zoekt naar de oorzaken en behandeling van hart- en vaatziektes in het menselijk DNA. Het op deze manier onderzoeken van hartziektes is pas sinds ongeveer tien jaar in zwang. „Het hart is een superleuk orgaan, want het beweegt en klopt dankzij eiwitten die samenwerken en er zit wat elektriciteit in. Maar uiteindelijk bestaat een hart uit hartcellen en in de kern zit belangrijke informatie opgeslagen over het functioneren van die cel: het DNA. Net als bij kanker, gaat er bij een hartziekte iets mis in die celkern. Als je daar op moleculair niveau naar kijkt, kun je nog een hele wereld ontdekken.”

De meest recente vondst in die onbekende wereld is de functie van drie genen, die in een kankercel hoog ‘in expressie’ zijn (dus sterk vertegenwoordigd) en in een hartcel laag. Maar in een embryonaal hart, dat nog moet groeien en waar dus de hartspierceldeling nog wel plaatsvindt, waren die drie golden genes zoals de professor ze noemt, ook sterk vertegenwoordigd. „Via een aangepast virus kun je vreemd DNA een lichaam binnen loodsen. Die drie genen hebben we via zo’n virus bij een proefdier binnengeloodst dat een hartaanval had gehad. We zagen het ongelofelijke gebeuren: het hart herstelde zich, er was geen littekenweefsel meer en ze liepen rond alsof er nooit iets gebeurd was.” Bij een hartaanval is het zaak zo snel mogelijk de bloedtoevoer naar het hart te herstellen en het aantal afgestorven cellen zo veel mogelijk te beperken. „Je verliest bijvoorbeeld een miljard van de vijf miljard hartcellen en die komen nooit meer terug. Er komt een litteken op het hart en de functie wordt er niet beter op. Maar bij deze proefdieren begonnen de hartcellen zich opnieuw te delen om de verloren cellen te herstellen. Dat is genezing!”

De bevinding is door zijn team gepresenteerd en gepatenteerd en wordt momenteel opgeschreven voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Via het bedrijf dat De Windt met steun van de provincie Limburg oprichtte in Maastricht, Mirabilis Therapeutics BV, gaat hij proberen om deze en andere bevindingen te vertalen in medicatie die veelbelovender is dan de huidige medicijnen die cardiologen kunnen voorschrijven. „We praten met grote internationale farmaceutische bedrijven. Zij zitten ook met hun handen in het haar wat hartziektes betreft omdat ze gewoon niks nieuws hebben. Terwijl hart- en vaatziektes zo veel voorkomen.” Als voorbeeld noemt hij de bètablokkers; het best werkende medicijn van dit moment tegen hartfalen. „Het richt zich tegen een eiwit en het enige wat het doet is zorgen dat het hart minder sterk knijpt en rustiger klopt. Is dat nu het beste wat je te bieden hebt tegen een hartziekte? Je moet het drie keer per dag innemen, je wordt er suf van en je moet verder maar even rustig in een stoel gaan zitten. Daar nemen we tegenwoordig toch geen genoegen meer mee?” Daarnaast is het probleem dat veel medicijnen in dit veld nooit ontwikkeld zijn voor vrouwen. De cardiologie is één van de eerste disciplines waar het verschil tussen mannen en vrouwen werd erkend. „De bètablokker doet bij een vorm van hartfalen bij vrouwen niet veel.”

De hoogleraar verwacht dat over een paar decennia op basis van iemands DNA-paspoort voorspeld kan worden welke medicijnen zullen aanslaan en welke niet. „Dat is helemaal niet eng; ik vind het alleen maar prettig als ik geen medicijnen meer hoef te slikken waarvan je op voorhand weet dat ze je niet gaan helpen. Misschien is de nieuwe generatie medicijnen tegen hartziektes wel een virus, dat je eenmalig toegediend krijgt in je leven, waarmee een aantal genen wordt geactiveerd.” „Ik had vier jaar geleden nooit gedacht dat we een hartspiercel zo gek zouden kunnen krijgen om te gaan delen. Dit betekent ook dat je buiten een menselijk lichaam een nieuw menselijk hart kunt kweken, in eerste instantie voor meer onderzoek, én bijvoorbeeld om het gebruik van proefdieren te verminderen.”

Een logische vraag is: Als hartziektes dan voortkomen uit problemen in je celkern, wat heeft een gezonde leefstijl dan nog voor nut? De Windt benadrukt dat het altijd een samenspel is van genetische aanleg en de invloed van de omgeving. „Uiteindelijk denk ik dat er een soort paspoort komt: Dit is mijn DNA, ik heb 5 procent risico op een nierziekte, 20 procent op een hartziekte enzovoort. En dat je met je arts samen gaat proberen dat risico zo laag mogelijk te houden met leefstijladvies op maat. En als je dan toch ziek wordt, hebben we hopelijk over vijftig jaar betere medicijnen om het aan te pakken.”

Paspoort Leon de Windt
Prof. Leon de Windt (1970) is hoogleraar Moleculaire Cardiologie aan de Universiteit Maastricht, waar hij in 1999 ook promoveerde. Hij kreeg de afgelopen tien jaar meerdere prestigieuze beurzen voor zijn baanbrekende onderzoek. Voordat hij in 2010 hoogleraar werd in Maastricht, was hij onderzoeker groepsleider bij het Hubrecht Instituut in Utrecht en daarna de Universiteit Utrecht.

Maastrichts instituut geniet wereldfaam
Tot een paar jaar geleden werd gedacht dat DNA als enige functie had het regelen (coderen) van eiwitten die verantwoordelijk zijn voor alle lichaamsfuncties, waaronder het samentrekken van het hart. Al lang was bekend dat slechts 2 procent van ons DNA dat doet. Wat die andere 98 procent deed, was onduidelijk. De Universiteit Maastricht is gespecialiseerd in het onderzoek naar hart- en vaatziekten. Het cardiovasculair onderzoeksinstituut CARIM geniet wereldfaam vanwege de hoge kwaliteit en dat trekt talentvolle onderzoekers en onderzoeksbeurzen naar Maastricht.