Eindstation

April 2018

Uit het niets schiet ik naar voren. Onder mijn voeten klinkt een geratel, als dikke takken die knappend breken. Binnen een paar tellen staan we stil. Buiten schemert het. Geen station te zien. ‘Dames en heren’, klinkt het even later door de verstomde ruimte, ‘we hebben een aanrijding gehad. We gaan onderzoeken wat het is.’

Terwijl de gesprekken in de coupé langzaam weer op gang komen, lopen twee mannen in fluorescerende hesjes langs het spoor. Wat zouden ze tegen elkaar zeggen? Vloeken ze? Spreken ze elkaar moed in? Of is het inmiddels zo alledaagse dat ze keuvelen over de naderende voetbalwedstrijd? Een kwartier later klinkt het verlossende woord. ‘We hebben gelukkig geen mens aangereden, maar een dier.’ De trein zucht. Wat voor dier? Geen idee. Iets groots, dat moet haast wel. ‘Een hert’, leest iemand op een nieuwssite.

De twee helden komen teruggelopen met een plastic zak. Na een half uur stilstaan meldt de stem zich weer. ‘We gaan terug naar Eindhoven’. Punt. We waren nog maar een paar minuten verwijderd van station Weert, maar dat is blijkbaar geen optie. Waarom niet? Geen idee. In slakkentempo kruipen we terug. Het is donker als we in Eindhoven aankomen. Vanaf welk perron we nu hoe laat opnieuw richting Weert kunnen? Geen idee. Chaos op het perron.

Na veertien uur op pad te zijn geweest, wil ik heel graag naar huis en ik ben niet de enige. Ik wil slapen. Ik wil begrijpen. Ik grijp mijn kans als ik in het laatste stoptreintje een conductrice zie. Ze wil net aan haar tweede Sultanakoekje beginnen als ik op haar afstap. Dat ik in die trein zat die het hert aanreed vanavond. Ze weet meteen welke ik bedoel. Ik vraag haar waarom ervoor gekozen zou zijn om die trein niet een klein eindje vooruit te laten rijden om ons in Weert eruit te zetten. Is de locomotief stuk na zo’n aanrijding? Moest het spoor eerst worden vrijgegeven door de politie? Ze heeft geen idee, maar weet ik wel dat er slachtofferhulp is voor mensen zoals ik? Heb ik mijn gegevens al achtergelaten bij haar collega’s? Want daar is slachtofferhulp voor.

Ik wil schreeuwen: Ik wil geen slachtofferhulp! Ik wil slapen! Het enige waarvan ik me slachtoffer voel is het erbarmelijke communicatieniveau van de NS op een avond als deze! Maar ik blijf rustig. Leg uit dat ik alleen maar wil begrijpen waarom de NS dit soort keuzes maakt en er bovendien niet over communiceert. Ze heeft geen idee. Maar als ik er nu toch nog last van krijg, moet ik me melden, want dan is er dus slachtofferhulp.

Gelukkig was daar mijn eindstation. Eindelijk.