Niels en Mariëlle

Augustus 2019

Iedereen die een jaar of twintig geleden regelmatig keek naar het tv-programma ‘Eigen huis en tuin’, weet wat ik bedoel met een ‘niets-aan-de-hand-achtergrond-muziekje’. Terwijl Nico met het grootste gemak de meest duizelingwekkende kluscapriolen uithaalde, klonk er een deuntje dat probleemloos minutenlang in een loop herhaald kon worden. Een deuntje dat decennialang voorin je hoofd bleef zitten ook. Er zat iets panfluitachtigs in en het klonk een beetje alsof iemand het tussen zijn tanden door floot. Ultiem ontspannen, was de boodschap. Gewoon zorgeloos klussen. 

De gast

Mei 2018

“Is het kind dat met Lego speelt thuis?” Voor me staat een jongen van een jaar of acht. Dezelfde leeftijd als mijn zoon, alias het-kind-dat-met-Lego-speelt. “Nee, hij is er niet”, zeg ik. “Ken je Lieuwe?” Na een korte denkpauze schudt hij nee. “Ik wil gewoon iemand om mee te spelen, want mijn moeder is niet thuis.” “Maar hoe weet je dan dat Lieuwe hier woont? Of ga je alle huizen langs, op zoek naar iemand om mee te spelen?” Hij is mijn vragen nu al beu. Op zijn rug hangt een grote, sportieve rugzak. In de zijkant van zijn haar is een patroon geschoren. “Doei”, mompelt hij en hij loopt weg.

Eindstation

April 2018

Uit het niets schiet ik naar voren. Onder mijn voeten klinkt een geratel, als dikke takken die knappend breken. Binnen een paar tellen staan we stil. Buiten schemert het. Geen station te zien. ‘Dames en heren’, klinkt het even later door de verstomde ruimte, ‘we hebben een aanrijding gehad. We gaan onderzoeken wat het is.’